47794 actieve gebruikers
Inloggen bestaande gebruiker
Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie


twijfelwoorden | drive, ride

Wanneer gebruik je drive en wanneer ride als je wilt vertellen dat je iets bestuurt?

In de meeste gevallen geldt:

 

Drive

Bij alle voertuigen die vier of meer wielen hebben gebruik je "drive":

  • I drive the car.
    (Ik bestuur de auto.)
     
  • The busdriver drives the bus.
    (De buschauffeur bestuurt de bus.)

 

Ride

Bij alle andere voertuigen en bij dieren gebruiken we "ride":

  • Have you ever ridden a horse before?
    (Heb je al eens op een paard gereden?)
     
  • I am riding my bike at the moment.
    (Ik rijd momenteel op mijn fiets.)

Maar ook rijden als passagier:

  • He loves riding in the passenger side of a car.
    (Hij rijdt graag mee (als passagier) op de bijrijdersstoel.)
     
  • (vooral VS-Engels) We rode buses, trams, ferries
    We reisden met bussen, trams en ferry's.





Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  NU Beter Spaans  Beter Bijbel  Beter Bijbel  

© 2012 - NU Beter Engels is een initiatief van Martin van Toll Producties

in samenwerking met Noordhoff Uitgevers