26911 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker

Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie


twijfelwoorden | lend, borrow

De woorden lend en borrow zijn in het Nederlands allebei lenen. Wanneer gebruik je nou lend en wanneer gebruik je borrow?

 

Lend

Lend = uitlenen:

  • I will lend you my car for the weekend.
    (Ik leen je dit weekend mijn auto.)
     
  • I will lend you the money as long as I get it back next week.
    (Ik zal je het geld lenen als ik het volgende week weer terugkrijg.)

Borrow

Borrow = te leen vragen:

  • Can I borrow your pen for a second?
    (Mag ik je pen even lenen?)
     
  • I've borrowed some money from the bank.
    (Ik heb geld van de bank geleend.)
     





Beter Spellen Beter Rekenen NU Beter Engels NU Beter Duits NU Beter Frans NU Beter Spaans Beter Bijbel

© 2012 - NU Beter Engels is een initiatief van Martin van Toll Producties

in samenwerking met Noordhoff