MOB-versie | Naar grote versie



if, when

De woorden if en when betekenen in het Nederlands allebei als of wanneer. In het Nederlands worden die woorden makkelijk verwisseld, maar in het Engels is een duidelijker verschil tussen if en when.

 

If

If gebruik je om aan te geven dat als er aan een bepaalde voorwaarde wordt voldaan, er dan een bepaald gevolg is. Het betekent als, mits, op voorwaarde dat of of:

Bijvoorbeeld:

  • If I win the lottery, I will buy a boat.
    (Als ik de loterij win, koop ik een boot.)
  • If he arrives in time, he can join the tour.
    (Als hij op tijd komt, kan hij met de rondleiding mee.)
  • Do you know if you will come again?
    (Weet je of je nog eens komt?)
  • I would be glad if she came home.
    (Ik zou blij zijn als ze thuiskwam.)

Net als in het Nederlands staat het zinsdeel met 'if' niet in de toekomende tijd, ook al is het iets wat nog niet heeft plaatsgevonden.

 

When

Je gebruikt when voor situaties waarvan je zeker bent dat ze zullen gaan gebeuren. Het betekent wanneer of toen.

  • When I get home, I won't do anything anymore.
    (Als ik thuiskom, doe ik helemaal niets meer.)
  • When she came home last night, I was watching television.
    (Toen ze gisteravond thuiskwam, zat ik televisie te kijken.)
  • Do you know when you will come again?
    (Weet je wanneer je weer komt?)





Help | Contact  |  Instellingen  |  


Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  NU Beter Spaans  Beter Bijbel  

Martin van Toll Producties
in samenwerking met