MOB-versie | Naar grote versie






a, an, the

lidwoorden

Het Engels maakt geen onderscheid tussen mannelijke, vrouwelijke of onzijdige woorden. Het bepaalde lidwoord (in het Nederlands het of de) is in het Engels altijd the.

Het onbepaald lidwoord een is in het Engels altijd a, tenzij het volgende woord met een klinker begint. Dan is an het onbepaald lidwoord.

 

a of an

Het onbepaald lidwoord 'een' is in het Engels bijna altijd a:

  • I have a car.
  • He doesn't live in a house.
  • Give me a call.

Het lidwoord a wordt an als het volgende woord met een klinkerklank begint. Met andere woorden: het uitgesproken woord begint met een harde klinker.

  • I have an umbrella.
  • He is an artist.
  • This is really an event for kids.
  • That door is an emergency exit.

 

Niet elk woord waarvan de eerste letter een klinker is, begint bij het uitspreken met een harde klinker. Als het uitgesproken woord niet met een klinkerklank begint, is het lidwoord a:

  • This is a useful suggestion. ("joesful" begint met een j-klank)
  • There is a university building.

 

Bij een afkorting die als letters wordt uitgesproken en begint met een A, E, I, O, maar ook F, H, I, L, M, N, O, R, S of X, gebruik je an, omdat de uitspraak van deze letters met de klank van een klinker begint ("ef", "eetsj"", "el", "em","en","ar","es","ex")

  • I need cash. Is here an ATM?
  • There is an ER in every hospital.
  • Can you show me an ID-card?
  • An OCR program can recognize handwritten characters.
     
  • He is an FBI agent.
  • We bought an HD television.
  • It's an LPG car.
  • Can you send an MP3 file?
  • The interviewer is an NBC reporter.
  • He was an RAF pilot.
  • It is an SQL database.
  • There is an XML file on the server.

Maar pas op voor de U. Die wordt als "joe" uitgesproken en heeft daarom geen klinkerklank aan het begin:

  • We've seen a UFO.
  • I am a UK inhabitant.

 

Soms geen lidwoord

Voor de naam van een beroep, nationaliteit of geloof gebruik je a/an:

  • She is a teacher.
  • He is an astronaut.
  • He is a Dutchman.
  • My doctor is an Albanian.
  • My neighbour is a Catholic.

 

Bij instellingen als hospital, school, prison, college, university, church gebruik je geen 'the' als je denkt aan het gebruik van de gebouwen, en niet aan de gebouwen zelf:

  • We go to church every week.
  • Do you go to school?
  • He is in hospital now.
    (Amerikaans-Engels: He is in the hospital now.)

Je gebruikt wel "the" als je echt het gebouw bedoelt:

  • We have been waiting at the hospital all morning.

Ook bij straatnamen wordt het lidwoord meestal weggelaten:

  • I live on Church Street number 12.

 

 






Help | Contact  |  Instellingen  |  


Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  NU Beter Spaans  Beter Bijbel  Beter Bijbel  

Martin van Toll Producties
in samenwerking met
Noordhoff Uitgevers