13 APR (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 3 hebben de test van 13-04-2026 zo ingevuld:
Scientists ........ some tests in the sixties.
were done have done are doing did
(Wetenschappers hebben tests gedaan in de jaren 60.) Je gebruikt de verleden tijd om aan te geven dat iets in het verleden is gebeurd en nu is afgelopen. Vaak staat er dan een tijdsbepaling in de zin die aangeeft dat iets is afgelopen, zoals "yesterday, a week ago, last month" etc.
Zie ook de pagina verleden tijd.
(Ik heb hier drie sleutels, maar ze passen geen van alle.) I have got three keys here, but ........ of them fit.
Kies het meest gebruikelijke antwoord:
either neither none both
none = geen van alle (bij meer dan twee personen of dingen)
both = allebei (bij twee personen, dieren of dingen) either = elk van beide neither = geen van beide (bij twee personen, dieren of dingen): neither of them fits
Een enkel woordenboek vermeldt dat 'neither' in zeldzame gevallen ook weleens op een groter aantal dan 2 slaat. Dit komt tegenwoordig nog maar zelden voor. Daarom is dat antwoord hier fout.
Zie ook de pagina either, neither, both.
(Uitdrukking: deze zaak heeft een lage prioriteit.) This issue is on the back ........ .
burner track field side
The back burner is het kleine kookpitje achteraan op het fornuis. Ook in het Nederlands bestaat de uitdrukking: op een laag pitje zetten.
Zie ook de pagina stick in the mud.
Een betekenis van het Engelse woord 'distinguish' is ........
wegspoelen bestemmen vernietigen onderscheiden