23 APR (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 2 hebben de test van 23-04-2026 zo ingevuld:
She likes carrots, but she ........ like broccoli.
don't doesn't isn't
Als je wilt zeggen dat iets niet het geval is, maak je een ontkenning. In dit geval zet je "doesn't" voor het werkwoord.
Zie ook de pagina ontkenning.
You can find the milk ........ (naast) the butter.
above next to near
"Next to" is een voorzetsel van plaats en betekent "naast".
Zie ook de pagina in, at, on.
After Richard ........ biology, he studied maths. (Benadruk dat de ene handeling voltooid was voordat de andere handeling plaatsvond.)
was studying is going to study had studied
Je gebruikt de voltooid verleden tijd (had + voltooid deelwoord) om aan te geven dat iets langer geleden gebeurde dan iets anders. Deze vorm komt daarom vaak samen voor met de verleden tijd. Meestal staat een van de volgende woorden in de zin: "after", "before", "as soon as" of "when".
Zie ook de pagina verleden tijd.
Een betekenis van het Engelse woord 'humidity' is ........
hoogte menselijkheid vochtigheid vernedering
humanity = menselijkheid humiliation = vernedering height / altitude = hoogte
Zie ook de pagina Links.