04 MRT (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 2 hebben de test van 04-03-2026 zo ingevuld:
As soon as Jim ........ his drink he left the pub. (Benadruk dat de ene handeling voltooid was voordat de andere handeling plaatsvond.)
had finished finished was finishing
Je gebruikt de voltooid verleden tijd (had + voltooid deelwoord) om aan te geven dat iets langer geleden gebeurde dan iets anders. Deze vorm komt daarom vaak samen voor met de verleden tijd. Meestal staat een van de volgende woorden in de zin: "after", "before", "as soon as" of "when".
Zie ook de pagina verleden tijd.
The farmer owns two hundred ........ (schapen).
sheeps sheep's sheep
Het woord "sheep" is een uitzondering en blijft onveranderd in het meervoud.
Zie ook de pagina sheep, women.
She is a bit of a perfectionist and has the ........ to try to control things.
tendencie tendency tendancy teindancy
De juiste spelling van het woord 'neiging' is 'tendency'.
Zie ook de pagina accessible.
Can I have ........ hot dogs, please?
too two to
"To" betekent naar. "Too" betekent ook en "two" betekent twee.
Zie ook de pagina to, too, two.