24 JUN (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 2 hebben de test van 24-06-2026 zo ingevuld:
Melanie ........ to Italy in 2009.
has moved moved had moved has been moving
Je gebruikt de verleden tijd om aan te geven dat iets in het verleden is gebeurd en nu is afgelopen. Vaak staat er dan een tijdsbepaling in de zin die aangeeft dat iets is afgelopen, zoals "yesterday, a week ago, last month" etc.
Zie ook de pagina verleden tijd.
(We snijden de cake in twee helften.) We cut the cake into two ........ .
halfs halves half's
Woorden zoals "half" die eindigen op -f krijgen -ves in het meervoud in plaats van -s.
Zie ook de pagina banks, houses.
Het Engelse woord voor "huisvesten, aanpassen" is ........ .
accommodate acommodate acomodate accomodate
Vergelijk met het Nederlandse accommodatie.
Zie ook de pagina accessible.
I'm not sure whether Debbie will be there tomorrow, but ........ she is, please give her this DVD.
if when
Als je nog niet zeker weet of iets gaat gebeuren, gebruik je "if". Het is wel mogelijk, maar niet zeer waarschijnlijk dat aan de voorwaarde wordt voldaan.
Zie ook de pagina if, when.