05 MRT (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 05-03-2026 zo ingevuld:
(Phil keek naar beneden.) Phil ........ down.
looked looks look is looking
Je gebruikt de verleden tijd (-ed achter het werkwoord) om aan te geven dat iets in het verleden is gebeurd en nu is afgelopen.
Zie ook de pagina verleden tijd.
(Ik vind je schoenen geweldig! Waar heb je ze gekocht?) I love your ........ ! Where did you buy them?
shoes shoe shoe's shoese
Het woord "shoe" heeft een regelmatig meervoud. Er komt dus een -s achter het enkelvoud. Let op: je gebruikt in het Engels nooit -'s in het meervoud!
Zie ook de pagina banks, houses.
(We spreken af om negen uur.) We will meet ........ nine o'clock.
in at on over
'At' (betekenis: om) is een voorzetsel van tijd. Als je een specifieke tijd aan wilt geven gebruik je altijd het voorzetsel 'at'.
Zie ook de pagina in, at, on.
(Een van mijn grootste hobby's is fietsen.) One of my greatest hobbies is ........ my bike.
riding driving
Bij alle voertuigen die drie of meer wielen hebben gebruik je 'drive'. Bij alle andere voertuigen en bij dieren gebruiken we 'ride'.
Zie ook de pagina drive, ride.