02 APR (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 02-04-2026 zo ingevuld:
(Toen we klein waren, gingen we naar dezelfde school.) When we were little, we ........ to the same school.
have been went were gone are going
Je gebruikt de verleden tijd om aan te geven dat iets in het verleden is gebeurd en nu is afgelopen. Vaak staat er dan een tijdsbepaling in de zin die aangeeft dat iets is afgelopen, zoals "yesterday, a week ago, last month" etc. 'Go' is een onregelmatig werkwoord en wordt 'went' in de verleden tijd.
Zie ook de pagina verleden tijd.
(Niet alle mannen zijn helden.) Not all men are ........ .
hero's heroes heros heroes'
Woorden zoals "hero" die eindigen op een -o krijgen in het meervoud -oes.
Zie ook de pagina sheep, women.
(Is hij ooit op tijd?) Is he ever ........ time?
at onto on by
'To be on time' (betekenis: op tijd zijn) is een vaste combinatie. 'In time for' = op tijd voor. Bijvoorbeeld: Frank came back in time for my birthday.
Zie ook de pagina look after.
Wat heb je daar? Breng het maar even naar mij toe.) What do you have there? Please ........ it to me.
bring take
take = ergens naartoe wegbrengen, meenemen bring = hiernaartoe halen
Zie ook de pagina bring, take.