23 JUL (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 23-07-2026 zo ingevuld:
(Wij kopen ons vlees altijd in de supermarkt.) We always ........ our meat at the supermarket.
buyed buying buy
Je gebruikt de tegenwoordige tijd om aan te geven dat iets een gewoonte is.
Zie ook de pagina tegenwoordige tijd.
(Hij heeft heel grote voeten.) He has very large ........ .
foots foot's foot feet
Het woord "foot" heeft een onregelmatig meervoud: "feet".
Zie ook de pagina sheep, women.
(We staan nog steeds te wachten aan het einde van de rij.) We're still waiting ........ the end of the queue.
at in on with
'At' (betekenis: aan) is een voorzetsel van plaats. 'At' is het juiste voorzetsel omdat het letterlijk naar het einde van de rij verwijst.
Zie ook de pagina in, at, on.
(In de Middeleeuwen geloofde men in heksen.) In the Middle Ages, people believed in ........ .
whiches with's wiches witches
'Witch' is de juiste spelling van het woord 'heks'.
Zie ook de pagina with, which, witch.