18 FEB (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 18-02-2026 zo ingevuld:
(Hij is verhuisd naar een boerderij in 2003.) He ........ to a farm in 2003.
moves moving moved
Je gebruikt de verleden tijd (-ed achter een regelmatig werkwoord) om aan te geven dat iets in het verleden is gebeurd en nu is afgelopen. Vaak staat er dan een tijdsbepaling in de zin die aangeeft dat iets is afgelopen, zoals "yesterday, a week ago, last month" etc.
Zie ook de pagina verleden tijd.
(De vacht van onze kat is wit.) ........ is white.
Our catts fur Our cats fur Our cat's fur Our cats' fur
Wanneer je wilt zeggen dat iets van één persoon (of dier) is, schrijf je er een 's achter.
Zie ook de pagina Danny's bike.
(Danst Jenny goed?) ........ Jenny dance well?
Do Does Did
Zinnen met een hoofdwerkwoord (in dit geval 'dance') maak je vragend door de zin te beginnen met een vorm van 'to do'. Bij he/she/it gebruik je 'does'.
Zie ook de pagina vraag.
(Het publiek applaudisseerde na de presentatie.) The ........ applauded after the presentation.
audiense oudience audience audiens
De juiste spelling van het woord 'publiek' is 'audience'.
Zie ook de pagina accessible.