29 JAN (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 2 hebben de test van 29-01-2026 zo ingevuld:
He can't believe you ........ everyone that horrible picture of him.
shows are showing are showed
Je gebruikt de tegenwoordige tijd in duurvorm ("to be" gevolgd door een werkwoord + -ing) om aan te geven dat je je aan iets stoort.
Zie ook de pagina tegenwoordige tijd.
I go to the supermarket ........ car.
in with by
In Nederland ga je "met de auto", in Engeland ga je "by car".
Zie ook de pagina in, at, on.
Michael was having dinner when his friend ........ .
has been calling was calling is calling called
Je gebruikt de verleden tijd en de verleden tijd in duurvorm om aan te geven dat iets gebeurde (verleden tijd) terwijl er al iets anders aan de gang was (verleden tijd in duurvorm).
Zie ook de pagina verleden tijd.
Een betekenis van het Engelse woord 'rare' is ........ .
tarief zeldzaam goed doorbakken gek