22 JAN (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 22-01-2026 zo ingevuld:
(Is dat een goed idee? Ja.) Is that a good idea? Yes, ........ .
they are it's not it is
Het is in het Engels niet beleefd om alleen maar met "yes" of "no" te antwoorden. Daarom worden vaak korte zinnen als antwoord gebruikt. Je gebruikt hierbij "is" uit de zin en maakt er "it is" van.
Zie ook de pagina antwoord.
(Mag ik vijf tomaten, alstublieft?) Could I have five ........ , please?
tomato's tomatos tomatus tomatoes
Woorden zoals "tomato" die eindigen op een -o krijgen in het meervoud -oes.
Zie ook de pagina sheep, women.
(Het schilderij hangt in mijn kamer.) The painting hangs ........ my room.
on over in with
'In' (betekenis: in) is een voorzetsel van plaats. 'In' wordt gebruikt als je verwijst naar een object/persoon in een bepaalde ruimte.
Zie ook de pagina in, at, on.
(Waarom heb je twee auto's?) Why do you have ........ cars?
to two too
to = naar too = ook / te (too much = te veel) two = twee
Zie ook de pagina to, too, two.