15 JAN (klik op een pijltje om naar een andere datum te bladeren)
De deelnemers op niveau 1 hebben de test van 15-01-2026 zo ingevuld:
(Ik ben op dit moment een taart aan het bakken.) I ........ a cake.
bake bakes have baked am baking
Je gebruikt de tegenwoordige tijd in duurvorm ("to be" gevolgd door een werkwoord + -ing) voor iets dat nu aan de gang is of wat iemand nu aan het doen is.
Zie ook de pagina tegenwoordige tijd.
(Eén blaadje, twee blaadjes.) One leaf, two ........ .
leave's leaves leafs
Woorden zoals "leaf" die eindigen op -f krijgen -ves in het meervoud in plaats van -s.
Zie ook de pagina banks, houses.
(De dakloze woonde onder de brug.) The homeless man lived ........ the bridge.
across after before under
'Under' (betekenis: onder) is een voorzetsel van plaats.
Zie ook de pagina in, at, on.
(Laten we vandaag naar de sportschool gaan.) Let's go ........ the gym today.
too two to
to = naar too = ook / te (too much = te veel) two = twee
Zie ook de pagina to, too, two.