48120 actieve gebruikers
Inloggen bestaande gebruiker
Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie


twijfelwoorden | lend, borrow

De woorden lend en borrow zijn in het Nederlands allebei lenen. Wanneer gebruik je nou lend en wanneer gebruik je borrow?

 

Lend

Lend = uitlenen:

  • I will lend you my car for the weekend.
    (Ik leen je dit weekend mijn auto.)
     
  • I will lend you the money as long as I get it back next week.
    (Ik zal je het geld lenen als ik het volgende week weer terugkrijg.)

Borrow

Borrow = te leen vragen:

  • Can I borrow your pen for a second?
    (Mag ik je pen even lenen?)
     
  • I've borrowed some money from the bank.
    (Ik heb geld van de bank geleend.)
     





Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  NU Beter Spaans  Beter Bijbel  Beter Bijbel  

© 2012 - NU Beter Engels is een initiatief van Martin van Toll Producties

in samenwerking met Noordhoff Uitgevers